Geschiedenis

19
71

Het begin

In het seizoen 1971/72 was de Nederlandse danswereld nog makkelijk te overzien. Er waren twee grote gezelschappen, Het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater, er was een speciaal gezelschap voor de Jeugd: het Scapino Ballet. Daarnaast waren er nog een aantal initiatieven die voornamelijk in de Randstad plaats vonden. Met als gevolg dat er nauwelijks dansvoorstellingen waren te zien in het oosten van het land, laat staan dat dansers zich professioneel verder konden ontwikkelen.

In die tijd volgde Ton Wiggers aan de Arnhemse Dansacademie zowel de toneeldans- als de docentenopleiding. Veel studenten vertrokken na hun studie naar de Randstad bij gebrek aan werkgelegenheid in de regio. Ton Wiggers zag dit gat van het ontbreken van een oostelijke dansvoorziening. Samen met Hans Focking, die in Arnhem een eigen theaterbureau had, richtte hij in 1971 balletwerkgroep Studio L.P. op, de voorloper van Introdans. De doelstelling was van begin af aan duidelijk: “De balletgroep heeft ten doel het ballet in de ruimste zin des woords onder de aandacht van een zo groot mogelijk publiek te brengen. Zij richt hiertoe voornamelijk op de eigen regio, te weten de provincies Gelderland en Overijssel”. Zo staat in de oprichtingsakte.

Subsidie krijgt het gezelschap niet. De gemeente Arnhem geloofde niet in een eigen gezelschap voor de regio en heeft er geen geld voor over. Om de voorstellingen te financieren gaf Wiggers balletlessen aan amateurs. In de jaren '70 geeft de groep vooral educatieve voorstellingen op scholen. Langzamerhand neemt het aantal theatervoorstellingen toe. In de beginjaren krijgen dansers per voorstelling uitbetaald (fl 60,- per keer). Zij hebben er dan ook allemaal een andere baan naast om in hun levensonderhoud te voorzien. Na veel lobby en bewezen functionaliteit krijgt de groep per 1 januari 1979 projectsubsidies van de gemeente Arnhem, de provincies Gelderland en Overijssel en de Rijksoverheid en wijst de gemeente een groter pand toe. De naam verandert in Intro-Dans, afkomstig van 'introductie tot dans'.

19
80

Eindelijk erkenning

Tot die tijd heeft Ton Wiggers noodgedwongen vrijwel alle creaties voor zijn rekening genomen. Structurele subsidie heeft de groep nog steeds niet. Door de afhankelijkheid van projectsubsidies is het voortbestaan telkens onzeker. Dit heeft ook als gevolg dat het gezelschap niet in staat is te professionaliseren. In 1980 schrijven Hans Focking en Ton Wiggers een beleidsnota waarin zij dreigen met opheffing. Uiteindelijk komen er toch middelen beschikbaar en opeens raken de ontwikkelingen in een stroomversnelling.

Vanaf het moment dat er meer geld beschikbaar is, kiest Ton Wiggers voor gastchoreografen. Invloeden van buitenaf acht hij bijzonder waardevol voor de artistieke ontwikkeling van de dansers en van het gezelschap als zodanig. Nils Chiste, Ed Wubbe, Hans Tuerlings en Hlif Svavarsdottir zijn enkele namen uit de periode begin jaren '80. Hun succesvolle choreografieŽn deden de buitenwereld beseffen dat Introdans steeds meer een volwaardige plaats innam te midden van de al langer bestaande gezelschappen.

Intro-Dans krijgt ook artistieke erkenning. De groep ontvangt in 1984 de Prijs van de Theaterkritiek op grond van de vernieuwende rol die het speelt binnen het Nederlandse balletleven. Een jaar later verhuist het gezelschap naar een beter pand: het huidige aan de Vijfzinnenstraat. De naam wordt voortaan geschreven als Introdans.

Groei en verandering

De groei van de theatervoorstellingen en educatieve activiteiten, die allemaal door dezelfde dansers worden uitgevoerd, leidde tot steeds meer problemen. Overbelasting en blessures zijn het gevolg. In 1989 besluiten Hans Focking en Ton Wiggers tot de oprichting van Introdans Educatief. Een zelfstandige Introdans-poot met eigen dansers, eigen choreografie en een eigen artistiek leider: Roel Voorintholt, die op dat moment zes jaar in dienst is als danser. Introdans Educatief, later Introdans Ensemble voor de Jeugd genoemd, maakt in tien jaar tijd een vergelijkbare professionalisering door als moederensemble Introdans. Door een bewonderenswaardige vasthoudendheid wordt bereikt dat choreografen van naam hun werk beschikbaar stellen of speciaal creŽren voor kinderen, waaronder Conny Janssen, JirŪ KyliŠn, Hans van Manen, Nacho Duato en David Parsons.

Tegenwoordig beschikt Introdans over een speciale afdeling die educatieve projecten organiseert: Introdans Interactie. Gespecialiseerde dansdocenten verzorgen elk jaar honderden workshops, doe-mee-lessen en projecten op scholen, in theaters in binnen- en buitenland en voor speciale doelgroepen.

20
16

Anno nu

Sinds 1971 is de essentie van het beleid nooit gewijzigd. Introdans wil een breed publiek confronteren met werk van zowel jonge aankomende als gevestigde choreografen; met theatervoorstellingen Ťn educatieve activiteiten. Dit werpt vruchten af. Introdans is een succes en al lang niet meer alleen in de eigen regio. Daarnaast ook een uniek gezelschap in Europa: het eerste gezelschap met professionele hoogwaardige voorstellingen voor volwassenen en kinderen.

Ook internationaal timmert Introdans aan de weg. Zo stond Introdans als eerste buitenlandse balletgezelschap op het nieuwe podium van het Bolshoi Theater in Moskou. In oktober 2003 waren beide ensembles en Introdans Educatie in Zuid-Korea voor optredens en projecten. Andere hoogtepunten uit de Introdans geschiedenis zijn de optredens van Introdans Ensemble voor de Jeugd op Broadway - New York in 2001 en 2005. Maar ook de Europese podia en de ons omringende landen worden niet overgeslagen. Introdans werd uitgenodigd om op te treden als contraprestatie tijdens staatsbezoeken van H.M. de Koningin: in 2006 in Teatro Colůn, Buenos Aires (ArgentiniŽ), in 2008 in National Opera in Tallin (Estland) en in 2009 in CENART/ Teatro de las Artes in Mexico Stad. Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden is beschermvrouwe van Introdans.

Anno nu is Introdans een florerend bedrijf met ruim 70 medewerkers. De directie wordt gevormd door Roel Voorintholt (artistiek directeur) en Ton Wiggers (algemeen directeur). Het hechte ensemble is gevestigd in het centrum van Arnhem en behoort tot de drie grootste gezelschappen in Nederland. De huidige subsidiŽnten zijn het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de provincies Gelderland en Overijssel en de gemeente Arnhem. Verder ondersteunen vele sponsors de activiteiten van het gezelschap in financiŽle zin.