Alberto Tardanico

Geboren
12 maart 1995 Sommariva Del Bosco (Italië)

Opleiding
Nationale Balletacademie, Amsterdam

Ervaring
Introdans (sinds augustus 2016)

Onderscheidingen


 ‘Jij wilt dit écht hé?’

Het is een vraag – of eigenlijk een constatering – die regelmatig terugkeert in Alberto’s leven. Maar dat weet hij de eerste keer nog niet. De initiële vragensteller is zijn eerste dansleraar. Alberto is dan veertien jaar oud en is nét begonnen met hiphoppen. Hij is een wat verlegen outsider op de plaatselijke dansschool en doet bloedfanatiek zijn best om de bewegingen te leren. Tot dan toe heeft hij alleen gevoetbald, dat hij maar zozo vindt. Wat hij nu voelt, is totaal anders. Hier gáát hij voor. Maar wat moet hij nog veel leren!

Het is the story of his life. Althans: het dansende deel daarvan. Alberto groeit op in Sommariva del Bosco, een dorpje onder de rook van Turijn, als zoon van een Siciliaanse architect en een Piemontese bejaardenverzorgster. Opa en oma wonen in bij hun dochters gezin. Zus Noemi – zestien jaar ouder en grafisch ontwerpster – met wie hij zijn leven lang al een innige band heeft, gaat het huis uit als Alberto vijf is. Hij groeit daardoor min of meer als ‘enig kind’ op. Het virus slaat toe als Alberto een dansfilm ziet ‘Ik dacht daarna maar één ding: wow, dat wil ik ook! Een paar dagen later heb ik mijn ouders gevraagd of ik op dansles mocht.’ Dat mag. Sterker nog: ze drukken hem op het hart zijn eigen weg te volgen en zich niets aan te trekken van wat andere mensen over zijn nieuwe hobby kunnen zeggen. Hij kiest voor hiphop.

Zijn leraar wijst hem – nadat Alberto heeft beaamd dat hij inderdaad álles wil doen om beter te worden in hiphop - op klassiek ballet. Dat kan hem helpen, luidt het advies. ‘Mijn eerste gedachte was: nee zeg, ik ben toch geen ballerina! Maar toen ik uiteindelijk een keer meedeed, werd ik gegrepen door de elegantie van de dansbewegingen. Ik vond het héérlijk. Buiten de dansschool kreeg ik het moeilijker: ik werd gepest omdat ik danslessen volgde. Na een jaar deed er iemand uit mijn klas auditie bij de Scuola del Balletto di Toscana in Florence. Dat was een trigger. Ik besloot ook te auditeren, gewoon om mezelf eens te meten. Tot mijn eigen en ieders stomme verbazing werd ik aangenomen.’

‘Daarmee moest ik ook kiezen tussen hiphop – wat ik nog steeds deed – en ballet. Een complicatie was mijn leeftijd; mijn ouders vonden me te jong om in mijn eentje in Florence te wonen. Mijn moeder was de tweede persoon in mijn leven die zag dat ik ‘het’ écht wilde. Samen hebben we toen mijn vader omgepraat. De oplossing werd dat mijn oma van Sicilië met me mee zou gaan. Geniaal! Toen ik aan de opleiding begon, kon ik nog bijna niks. Ik kende niet eens de basis. Maar ik was vastbesloten alles te leren wat er te leren viel. Ook hier hielpen veel leraren me actief omdat ze plezier hadden in mijn drive. Ik heb in de vier jaar dat de opleiding duurde héél veel geleerd. En toch had ik op mijn negentiende nog niet hetzelfde niveau als andere jongens die op een jongere leeftijd waren begonnen met dansen.’

‘In mijn derde jaar volgde ik een summerschool dans, met ook een paar lessen modern. Ik weet nog dat ik er niet echt dol op was. Niet de juiste mindset, denk ik nu. Inmiddels ben ik gek op het repertoire van Introdans. Na Florence auditeerde ik in Amsterdam. De Nationale Balletacademie nam me - ondanks mijn leeftijd - aan, weer omdat mijn ambitie zo voelbaar was. Ik kon niets meer zeggen toen ik dat telefoontje kreeg. Het was zo’n groot ding voor me. Ik stroomde als negentienjarige in het vierde jaar in en had een topjaar! En tegelijkertijd het zwaarste ooit. Maar wat ben ik gegroeid, in vele opzichten. Ik sprak geen woord Engels toen ik kwam. Ja, lichaamsdelen kon ik benoemen. En de namen van de passen, in het Frans. Ik heb heel wat films gekeken en Engelse boeken gelezen in die tijd.’

Bij Introdans voel ik me als een vis in het water. Onvergelijkbaar met school. Hier leer ik weer zoveel andere dingen, niet alleen technisch, maar ook over mensen, optreden, noem maar op. Nederland bevalt me ook goed. Op het weer na dan. Het is hier lekker schoon en opgeruimd en ik houd van de open mentaliteit van Nederlanders. Echt, groeien is voorlopig mijn enige doel!’