Marco Goecke

Duitser Marco Goecke (Wuppertal, 1972) wordt zowel in zijn geboorteland als in ons land gezien als de grootste choreografische ontdekking van de (weliswaar nog prille) eenentwintigste eeuw. Zijn werk valt op door een compleet eigen sfeer: raadselachtig, magisch, veelal sinister en niet zelden absurdistisch. Ook zijn bewegingsvocabulaire is uniek: lange tijd lag de focus bij Goecke op bewegingen van de torso, de armen en de handen, die hij nerveus liet kronkelen, fladderen, zwaaien en sidderen. Regelmatig zag je de dansers zelfs enkel op de rug en waren de benen, door de geringe belichting, grotendeels in duister gehuld. Goeckes idioom is zó eigenzinnig en vernieuwend dat Scapino-danser Rein Putkamer ooit zei dat het dansen van zijn choreografen gelijk staat aan het leren van Chinees. “Bij Marco push je constant tegen je eigen grenzen aan. Je wordt tot het extreme gedwongen.”

Van dansen naar choreograferen

Goecke begon zijn dansopleiding in 1988 aan de balletacademie van de Heinz-Bosl-Stiftung in München. Vervolgens studeerde hij aan de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij in 1995 zijn diploma behaalde. Daarna danste hij bij de Deutsche Staatsoper in Berlijn en bij Theater Hagen in Noordrijn-Westfalen. Voor laatstgenoemd gezelschap creëerde hij in 2000 zijn eerste choreografie, Loch, waarmee hij ook hoge ogen gooide tijdens de Internationaler Choreographenwettbewerb in Hannover. Al gauw kreeg hij opdrachten om werk te maken voor het Noverre-Gesellschaft van het Stuttgarter Ballet en in 2002 nam hij deel aan het Choreographic Institute-project van het New York City Ballet, wat in 2004 leidde tot de creatie van Mopey. Deze inmiddels wereldwijd geprezen solo werd in 2011 tijdens het jaarlijkse KERSTGALA door Introdans op het repertoire genomen.

Belangrijke theaterprijzen

In 2005 werd Goecke benoemd tot huischoreograaf van zowel het Stuttgarter Ballett als van Scapino Ballet Rotterdam. In minder dan tien jaar tijd maakte hij 45 producties, die vaak bij beide gezelschappen te zien waren. Daarnaast creëerde hij werk voor onder meer het Hamburger Ballett, Staatstheater Braunschweig, Leipziger Ballett, Les Ballets de Monte Carlo, het Noorse Nationale Ballet en – recent – de Gauthier Dance Company in Stuttgart. Tot zijn bekendste choreografieën behoren Der Rest ist Schweigen, Äffi, Beautiful Freak, zijn avondvullende, ballet-noirversie van De Notenkraker, Supernova en Songs for Drella (gemaakt met Scapino-directeur Ed Wubbe). Veel van Goeckes creaties werden uitgeroepen tot ‘Beste productie van het jaar’. Voor De Notenkraker werd hij in 2007 genomineerd voor Der Faust, de belangrijkste theaterprijs van Duitsland, en een jaar eerder kreeg hij in Monaco de prestigieuze Nijinsky Award uitgereikt.

Van Scapino Ballet naar Nederlands Dans Theater

In 2013 maakte Goecke de overstap van Scapino Ballet Rotterdam naar het Nederlands Dans Theater, waarvoor hij eerder al Nichts en het voor een Zwaan genomineerde Garbo Laughs creëerde. In januari 2014 maakt hij Hello Earth voor het gezelschap. Daarnaast is hij nog steeds vaste choreograaf van het Stuttgarter Ballett.

Choreografieën van Marco Goecke op het repertoire van Introdans:

  1.   Mopey (2011)