Fernando Melo

< >

De in Rio de Janeiro geboren Fernando Melo kan zich niet herinneren wanneer zijn belangstelling voor dans ontstond. “Die was er altijd al. Al ik als kind iets van dans of beweging op televisie zag, dan deed ik mee.” Toen er vlak bij zijn huis een dansstudio geopend werd, wist hij dan ook niet hoe gauw hij zich moest aanmelden. Strikte voorkeuren had hij niet. “Ik deed ballet, moderne dans, jazz, flamenco, musical, noem maar op.” Maar gaandeweg werd zijn belangstelling steeds meer richting het klassieke ballet getrokken. Hij begon mee te doen aan balletcompetities en op zijn zestiende won hij tijdens een van deze wedstrijden een beurs om te studeren aan de balletschool van de Wiener Staatsoper. “Sindsdien ben ik alleen nog maar voor vakanties en familiebezoek in Brazilië geweest”, zegt Melo, die nu alweer zo’n twaalf jaar in Zweden woont.

Komen en gaan

Na zijn opleiding danste hij vijf jaar bij het Ballett der Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf en daarna acht jaar bij de Göteborgs Operans Danskompani in Zweden. Al in Düsseldorf begon hij, naast zijn danscarrière, met choreograferen. “Eigenlijk maakte ik als kind altijd al eigen dansjes, maar in Düsseldorf greep ik elke kans om iets te maken aan. Ik houd enorm van creëren en van regisseren.” Hij maakte stukken voor de choreografieworkshops van Ballett am Rhein en in 2006 – zijn laatste jaar in Düsseldorf – kreeg hij zijn eerste officiële choreografieopdracht van het gezelschap, resulterend in Kommen und gehen, und manchmal bleiben, een werk waarvan de titel natuurlijk verwees naar zijn eigen levenspad. In de daaropvolgende jaren, waarin hij in Göteborg danste, begon de choreografie steeds meer tijd op te slokken. “Ik was continu aan het jongleren om de twee te combineren.” Het gezelschap bood hem daarop een baan aan als repetitor, met daarnaast de nodige vrijheid om een carrière als freelance choreograaf op te bouwen. 


Dans, opera en film

Sinds 2014 richt Melo zich fulltime op de choreografie. Hij werkte de afgelopen jaren – behalve voor de Göteborgs Operans Danskompani – voor gezelschappen als het Zweedse Skånes Dansteater, Aterballetto in Italië, het Aspen Santa Fe Ballet, het New Yorkse Ballet Hispanico, Luna Negra Dance Theater en Visceral Dance in Chicago en de National Contemporary Dance Company in Korea. Ook verzorgde hij de choreografie voor diverse opera’s en maakte hij een aantal dansfilms, waaronder Nonstop – in Amsterdam te zien tijdens Cinedans – een Mahjong, een film die in 2010 werd bekroond met een Audience Award op het San Francisco Dance Film Festival.

Pure magie

Een specifieke, steeds terugkerende stijl van beweging heeft hij niet, zegt Melo. “Ik laat de beweging voortkomen uit het idee voor een productie en dat betekent dat ik voortdurend varieer.” Wat wel een constante is, is dat hij zijn publiek altijd nieuwe ervaringen wil bieden, vaak door mensen vanuit een ander perspectief te laten kijken naar dat wat er op het toneel gebeurt. Licht, decors, kostuums, projecties: Melo gebruikt alles wat hij nodig heeft om dat te realiseren, maar in plaats van daarbij te kiezen voor de nieuwste technische snufjes, heeft hij een voorkeur voor wat hij ‘oude theatermiddelen’ noemt. Zo spelen spiegels en uiteenlopende rekwisieten vaak een belangrijke rol in zijn werk. Je kunt wel zeggen dat Melo tovert met dans. Hij laat dansers en lichaamsdelen opeens verschijnen of juist in het niets verdwijnen, zoals in het krachtige Bate (Hartslag), dat Introdans in 2009 op het repertoire nam. En in het betoverende Dream Play, onderdeel van het programma GRUPO SPORTIVO, laat hij dansers door de lucht vliegen, lopen over het slappe koord en klimmen op elkaars hoofd. Het is pure magie, waarbij je als kijker steeds op het verkeerde been wordt gezet. 

  1. Bate (2009)
  2. Almost Home (2009)
  3. Dream Play (2019)