Didy Veldman

Dat choreografe Didy Veldman (Groningen, 1967) ooit haar vleugels naar het buitenland zou uitslaan, stond min of meer in de sterren. Als kind woonde ze drie jaar op Curaçao, als vijftienjarige balletstudent verbleef ze zes weken in Californië voor een zomercursus van het San Francisco Ballet. Ervaringen die haar deden realiseren dat de wereld groter is dan Nederland en dat een bestaan in het buitenland opbouwen geen onbereikbaar plan was.

Carrière

Na een opleiding aan de Scapino Dansacademie en drie jaar als danseres bij het Scapino Ballet te hebben gewerkt, had Veldman het wel gezien in Nederland en nam ze een baan aan bij het Ballet du Grand Théâtre de Genève. In Zwitserland leerde ze choreograaf Guilherme Botelho kennen met wie ze in 1992, amper 25 jaar oud, een eigen gezelschap startte: Alias. Zelf had ze toen ook al enkele choreografieën op haar naam staan, waarvan de eerste, Sem Titulo, gemaakt voor de choreografieworkshop van het Scapino Ballet, werd onderscheiden met de Perspektiefprijs.

Dansen en creëren

In 1994 kreeg Veldman de kans om bij de prestigieuze Rambert Dance Company in Londen te komen dansen. Nog niet helemaal toe aan alle beslommeringen die bij het runnen van een eigen groep komen kijken, vertrok ze naar Engeland. Zes jaar lang combineerde ze het dansen met het creëren van eigen werk, maar er kwamen steeds meer opdrachten van andere groepen dus koos Veldman in 2000 voor een bestaan als freelance choreograaf. Sindsdien heeft ze stukken gemaakt voor een groot aantal gezelschappen, waaronder Les Grands Ballets Canadiens de Montréal, The Royal New Zealand Ballet, het Portugese Ballet Gulbenkian, het Zweedse Cullberg Ballet en de Iceland Dance Company. Naast de choreografieën die ze bij Introdans instudeerde en creëerde, maakte ze in ons land in 2007 ook de choreografie voor de muziektheaterproductie Peter en de Wolf.

Eigenzinnige creaties

Veldman vertrekt bij het maken van haar choreografieën altijd vanuit een duidelijk concept. Ze wil mensen raken, of het nu op een heel theatrale of meer abstracte wijze is, en het is voor haar daarom essentieel van tevoren goed te weten wát ze wil zeggen en hóe ze het wil zeggen. Daarbinnen is echter alle ruimte voor exploratie. Veldman houdt ervan om met haar dansers de diepte in te gaan. Haar eigenzinnige creaties kennen vaak onverwachte wendingen. Zelf typeert ze haar werk als een beetje ‘quirky’, een beetje gek. Humor en ironie zijn onontbeerlijk. Ze laat mensen graag lachen, om ze daarna ‘iets te laten voelen wat met lachen niets te maken heeft’. 

Onderscheidingen

Haar choreografieën zijn meermalen onderscheiden, onder meer met de Dance Exchange International, de Prix Romand De Spectacles Indépendents en de Linbury Prize for Stage Design. Van 2005 tot voorjaar 2014 woonde Veldman vanwege de carrière van haar echtgenoot (Christopher Powney, tot dit jaar artistiek directeur van de Nationale Balletacademie en recent in dezelfde functie benoemd bij The Royal Ballet School in Londen) in Nederland. In deze periode werkte ze ook regelmatig als docent en coach. Voor vrouwelijke choreografen is het, zegt ze, nog altijd lastig om een carrière in Nederland op te bouwen. Zeker wanneer je, zoals zij, ook moeder bent en ‘niet voortdurend weken achtereen beschikbaar bent’. Veldman is bij de vier grote dansgezelschappen in ons land momenteel de enige Nederlandse dansmaakster. Haar werk was de afgelopen jaren exclusief bij Introdans te zien. 

 Balletten op het repertoire van Introdans:

  1. See Blue Through (2006)
  2. stop and go, yes and no (2007)
  3. Session (2009)
  4. TooT (2011)
www.didyveldman.com